Sue Corke & Hagen Betzwieser

Hagen Betzwieser werd geboren in Neckarhausen, Duitsland in 1974. Zijn artistieke praktijk is het onderzoeken van de kloof en de connectie tussen kunst en wetenschap om Nieuwe Media te creëren. Sue Corke is een visuele artiest met een interessen in het toneel van de illustratie.

Sinds 2008 vormen ze de artistieke onderneming WE COLONISED THE MOON. Hun grafische kunst en installaties omvatten een waaier van Doe-het-zelf productietechnieken binnen een vennootschap geworteld in absurdisme en gekarakteriseerd door slogans en uitdrukkingen. De draad die doorheen hun werk loopt is een sterke link tussen geur en geheugen en associatie met een plaats. De kloof tussen een situatie als echt of als ingebeeld is het kruis van hun speelse en poëtische kunst.

MOON (2010), Scratch & sniff

De voorbij jaren hebben de artiesten Sue Corke en Hagen Betzwieser een serie werken gemaakt die betrekking hebben op de geur van de maan. In 2010 hebben ze een scratch & sniff postkaart ontworpen van de maan, een momentum van een plaats waar de meeste mensen nooit zullen komen, een verzonnen herinnering, gebaseerd op anekdotes van de Apollo astronauten die op de maan gewandeld hebben. Niemand kan de maan natuurlijk direct ruiken. De vacuum in de ruimte voorkomt dit. Maar de zanderige en kleverige door meteoren gebombardeerd stofpartikels die het oppervlak van de maan bedekken, kwamen op hun ruimtekostuums en werd meegenomen naar de LEM. Eenmaal binnen en voor de eerste keer aan een atmosfeer blootgesteld, reageerden de losse olfactorische moleculen met zuurstof en vochtigheid zoals voetzoekers en genereerde een heel distinctieve geur. Astronaut Charlie Duke, de tiende man om op de maan te lopen, zei dat het niet onaangenaam was.

www.wecolonisedthemoon.com

Priyanka Choudhary

Priyanka Choudhary is geboren in Delhi, Indië in 1976. Ze woont en werkt in New Delhi, Indië. Haar visuele woordenschat omvat Arte Povera, Minimalisme en hedendaagse praktijken, inclusief beeldende kunst.

In 2013 was Priyanka Choudhary een artiest in residentie aan de Nirox Residency, Cradle of Humankind, Krugersdorp, South Africa. Datzelfde jaar werd ze ook gekroond met een maand lange residentie aan het RAT in Mexico Stad dat uitmondde in een show op dezelfde locatie.

Haar werken zijn getoond aan de Skoda prijzen tentoonstelling aan de Nationale Galerij van Moderne Kunst (NGMA), New Delhi, India; de Vadehra Kunstgalerij, New Delhi, India; Galerie du Jour – Agnès B, Parijs, Frankrijk en op de India Art Summit, New Delhi, India.

Sì (Ja) Zocalo (2013)

In mei 2013 is Priyanka Choudhary het project gestart ‘Churning: A revival of memories in conflict zones’ in Mexico. Nadien heeft ze de uitvoering ook nog in 4 andere landen getoond (Zuid-Afrika, België, VS, Indië). De twee foto’s die samen ‘Sì (Ja) Zocalo’ vormen zijn van de eerste uitvoering van dit project dat plaatsvond op Zocalo Square in Mexico City.

In haar werk toont Priyanka Choudhary interessen in de complexiteit van geweld. Meer bepaald hoe onze diepste angsten worden uitgedrukt en hoe onze vrees leidt tot het opzetten van barrières, grenzen en omheiningen. Ze kijkt hiernaar als menselijke tussenkomsten in antwoord op onze fobieën, angsten en drang naar veiligheid in het gewaad van persoonlijke vrijheid. Om deze angsten te begrijpen heeft ze draad gespannen op het Charkha (weeftoestel). Een meditatieve actie, en emoties en energie worden vertaald in de vorm, consistentie en uniformiteit van de draad die geweven wordt. Zoals de Schaal van Richter.

Tijdens het project reisde de artiest naar conflictzones, met enkel deze Charkha bij zich als een instrument om de angst die zulke plaatsen zouden moeten oproepen te meten. Door het spinnen en contact te hebben met mensen, was ze specifieke geweldadige herinneringen van de geschiedenis aan het verbinden met het heden, en te traceren hoe vorm en inhoud van deze herinneringen veranderen met de tijd.

In Mexico City werd de actie van het spinnen herhaald in en rond Zocalo Square, de gesponnen draad werd aan de polsen van toeschouwers gebonden die maar al te graag wouden meedoen. Als een laatste gebaar werd de artiest in deze draad gebonden en de toeschouwers namen deel aan het schrijven van Si/Ja op deze dichte draad die haar bedekte.

PHILIPPE VANDENBERG

Philippe Vandenberg (1952 – 2009, BE)

Collectie Estate Philippe Vandenberg - Hauser & Wirth

De tentoonstelling The Smell of war is opgedeeld in twee delen: het ruiken en het niet ruiken. Kunstwerken waarbij geur als medium wordt gebruikt en kunstwerken waarbij er een visuele representatie is van geur door deze in vraag te stellen. Bij deze laatste staat in de tentoonstelling het (gas)masker centraal als icoon voor het niet ruiken. Het gasmasker filtert nl. de lucht en neemt via koolstoffilters ook zo de geur weg, althans dat zou het moeten doen.

Het werk 'Les muselières. In memoriam Marc Maet' is een prachtige bijdrage aan de tentoonstelling daar het een link is tussen het nog wel kunnen ruiken ( doorheen de mazen van de muilband) en het niet kunnen vertellen, mededelen door de omsluiting van de muilband.

De vertegenwoordiging van de muilband in het schilderij verwijst zo op een prachtige manier als een symbool om de onmogelijke manier van spreken, schreeuwen aan de wereld te tonen. Net zoals de machteloosheid tegen gasaanvallen. Van zodra je je masker afzet om te repliceren en je de eerste gaslucht inademt is het te laat.

Ook de bewegingen van de verschillende posities van de hoofd in het schilderij drukken een zekere strijd om te leven. De muilband is ook een leuke verwijzing naar de macht van het ruiken van de hond, maar op een manier afgeschermd.

Met dank aan Estate Philippe Vandenberg en Hauser und Wirth gallerie

www.philippevandenberg.be

www.hauserwirth.com

Peter de Cupere

Peter De Cupere ( 1970) is naast curator van de tentoonstelling ook deelnemend kunstenaar.

Hij staat bekend als een beeldend kunstenaar die werkt met geur. De Cupere schildert met geur, maakt geurobjecten, zeepschilderijen en -sculpturen, doet performances in zijn video’s of live, maakt driedimensionele tekeningen en bouwt poëtische geurinstallaties. 
Gefascineerd door de natuur en de organiek van geuren identificeert Peter De Cupere zijn objectwereld en zijn installaties met een corresponderende geur. De Cupere werkt het liefst met vormen die aan vorm verliezen en zich oplossen in het ongrijpbare, vervluchtigen. Zijn werk gaat over processen, over veranderingen in de tijd en dat in combinatie met de ruimtelijke kracht van geuren die zich, sterker nog dan beelden, vastzetten in ons geheugen. Hij confronteert ons met de verloren gegane ervaringen ten gevolge van de gekende chemische ontwikkelingen.


In de tentoonstelling toont hij verschillende werken waaronder  War Flower, een bloem welke ruikt naar buskruit en de tekening van het affichebeeld welke ook de aankondiging is van de nieuwe video The Flower Mask. In de video zien we 49 leerlingen van de vrije basisschool De Kastanje, van Krombeke en Proven met een gasmasker op naar een optreden van de kunstenaar komen. Ieder gasmasker heeft als filter een bloem.


Voor de werken Dead Body Bullets, Heroes also die en Blood Drop Monument deed de kunstenaar beroep op de IFF parfumeurs Meabh Mc Curtin, Gregoire Hausson, Christian Alori en Bernardo Fleming

Dead Body Bullets is een concept uit het jaar 2000 dat de kunstenaar 15 jaar later voor de tentoonstelling The Smell of war heeft gerealiseerd. 9 glazen kogels bevatten elk een hoeveelheid geurconcentraat. De geur is een universele geur van dode lichamen. De hoeveelheid geurextract wordt bepaald volgens de leeftijd, geslacht, grootte, gewicht waarin het lichaam zich bevond op het moment dat het stierf. Zo zal een volwassenen na distillatie van zijn/haar lichaam meer geurconcentraat opleveren dan het distillaat van een kind of pasgeborene.
Het werk ‘Heroes also die’ was deels de aanleiding voor deze tentoonstelling. Kunstenaar Peter de Cupere bedacht reeds in 1997 het concept voor dit werk. Het werk bestaat uit legerhelmen gemaakt uit laurierbladeren. Eén helm is apart gepresenteerd.
In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning. Overwinnaars werden getooid met een lauwerkrans, gemaakt van laurierbladeren. De term laureaat is een overblijfsel van deze symboliek. Verder zijn nog een aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, bijvoorbeeld "op zijn lauweren rusten", "gelauwerd zijn", "lauweren oogsten".
Maar ook helden sterven: 9 helmen met laurierbladeren hangen aan de muur met daaronder een parfumflesje. Het was de bedoeling om de parfumflesjes ieder met een andere geur van de dood te voorzien. De bezoeker zou zijn meest favoriete doodsgeur op zich kunnen verstuiven en zo een dode (held) weer mentaal tot leven roepen door zijn/haar geur mee te dragen. Uiteindelijk besliste de kunstenaar om een geurmodule onder het werk aan te brengen waar je de geuren kunt ruiken.

Blood Drop Monument: vanuit een kraan druppelt er onverwachts bloed en wordt dit opgevangen in een legerhelm. Het bloed is echter geen echt bloed, maar een rood gekleurde geurstof. Om de geur van vers bloed waar te nemen moet je dus een druppel geurbloed proberen op te vangen op je hand.

Supported by IFF parfumeurs Meabh Mc Curtin, Gregoire Hausson, Christian Alori en Bernardo Fleming

IFF-Master-Logo-

Otto Dix

Otto Dix is geboren in Gera, Duitsland, in 1891. Hij stierf in Singen, Duitsland, in 1969.

In schilderijen, tekeningen en afdrukken portretteerde Otto Dix de corruptie en sociale apathie van de Duitse samenleving na Wereldoorlog I met hard, kritisch realisme. Met het afwerken van zo’n driehonderd afdrukken in zijn leven, experimenteerde hij uitgebreid met etsen, lithografie, houtsnit, en hij maakte zijn belangrijkste afdrukken tijdens de vroege jaren 1920 als antwoord op de horror van de oorlog en de nasleep ervan.

Toen de Nazi’s aan de macht kwamen in Duitsland bekeken ze Dix als een ontaard artiest en hebben ze hem ontslagen van zijn werk als kunstleraar aan de Dresden academie.

Sturmtruppe geht unter Gas vor [Stormtroops advancing under gas] Stormtroepen rukken op onder gas (Der Krieg #12, copy 29/70), 1924

Tien jaar na de start van WWI komen Otto Dix zijn epische etsseries ‘Der Krieg’ (De oorlog) tevoorschijn en deze hemelen Wereldoorlog I niet op, noch tekent het de soldaten af als helden, maar ze tonen, in vijftig onverbiddelijke grafische beelden, de verschrikkelijke realiteit die ervaren werd door iemand die daar was. Dix, een artillerist in de loopgraven bij de Somme en aan het oostelijk front, gefocused op de nasmaak van het gevecht: dood, sterven, en granaat-getroffen soldaten, platgebombeerde landschappen en graven.

Dix manipuleerde de etsen en aquatint media om de emotionele en realistische effecten te versterken van zijn meticuleuze gecreëerde beelden van de horror. Hij dekte afgrijselijke witte beenderen en strippen van niemandsland af, zodat er prachtige witte delen achterbleven; meerdere zuurbaden aten zich een weg in de beelden, zo rottend vlees uitbeeldend. Eén van deze, ‘Stormtroepen rukken op onder gas’, beeldt soldaten af als dreigende boze geesten met gezichten als gasmaskers.

Titels die precieze plaatsen en data weergeven brengen een illusie van documentaire authenticiteit. Maar Dix heeft zijn oorlogs sketchboeken niet overgeschreven, deze scenes die lijken op nachtmerries zijn gebaseerd op zijn herinneringen aan de oorlog, aan foto’s (inclusief velen die gecensureerd waren in oorlogstijd), en aan catacomben.

‘Der Krieg’ blijft een van de meest krachtige aanklachten van oorlog ooit aangebracht, vaak vergeleken met ‘The Disasters of War’ van Goya.

Met dank aan privécollectie Ronny Van de Velde www.ronnyvandevelde.com